Het gevaar van Lorem Ipsum

Lorem Ipsum is niks betekende tekst die ontwerpers gebruiken om te laten zien hoe pagina’s eruit zien wanneer ze zijn gevuld met tekst. Het gevaar van Lorum Ipsum bij webdesign is dat het tekst reduceert tot een grafisch element, terwijl de tekst juist één van de belangrijkste dingen is waarvoor je bezoeker naar de site komt.
Wireframes

Het proces van het maken van een nieuwe website start vaak bij het designen van wireframes: schematische weergaves van webpagina’s. Bij het maken van de wireframes wordt er vaak weining aandacht besteed aan de content. Het gaat vooral over menustructuren en welke elementen waar op de pagina moeten komen te staan.
Tekstvlakken gevuld met Lorem Ipsum
Vanwege het feit dat er zo weinig aandacht wordt besteed aan de content worden de wireframes meestal gevuld met Lorum Ipsum. Dat is Latijnse tekst die niks betekent maar wordt gebruikt om te kijken hoe de layout eruit ziet wanneer deze gevuld is met tekst.
Waarom is Lorem Ipsum gevaarlijk?
Wat is nu precies het gevaar van Lorem Ipsum? Ik citeer hiervoor een stukje uit blogpost van 37signals:

Lorem ipsum changes the way copy is viewed. It reduces text-based content to a visual design element — a shape of text — instead of what it should be: valuable information someone is going to have to enter and/or read (…). Dummy text is a veil between you and reality.

Content is geen visueel element. Het is het belangrijkste waarvoor je bezoeker naar de site komt (informatie), en daarnaast is tekst een krachtig middel om je  bezoekers in de juiste richting te sturen (Zie mijn eerdere post “De kracht van “microcopy” bij het sturen van bezoekers” en dan specifiek het fragment: “copywriting is interface design”).
Alles is beter dan Lorem Ipsum…
Wil je echt een goede website (laten) maken, gebruik dan zoveel mogelijk echte woorden in het designproces.
Dit voorkomt dat je content reduceert tot een visueel element en dwingt je te kijken naar de site zoals echte bezoekers dat straks ook doen.
De tekst hoeft nog niet 100% in orde te zijn, zolang het maar zoveel mogelijk lijkt op wat het straks moet gaan worden. Alles is beter dan Lorem Ipsum…

Businessmodel gebaseerd op content? Of op connectivity?

Content is king is een geveugelde uitspraak op internet. Die uitspraak wordt (terecht) steeds vaker in twijfel getrokken, want het blijkt niet mee te vallen om met content een fatsoenlijke boterham te verdienen. Onderzoek wijst uit dat mensen bereid zijn om meer te betalen zodra het kanaal ons in staat stelt een verbinding te leggen met anderen (zoals telefonie of SMS). Is een businessmodel gericht op connectivity daarom beter dan een businessmodel gericht op content?
Businessmodel gericht op content
Een paar dagen geleden schreef ik een bericht over de relatie tussen winst & taakgerichtheid van een medium. Daaruit kwam naar voren dat je met businessmodel gericht op content niet bepaald goed zit voor het maken van winst. Een content website zit precies in het midden van het spectrum van taakgerichtheid: mensen staan er onvoldoende open voor reclame (vanwege de relatief hoge taakgerichtheid) waardoor adverteerders niet veel willen betalen voor advertising. Tegelijkertijd is de taakgerichtheid ook weer niet zo hoog dat mensen bereid zijn om te betalen voor content / diensten zoals bij mobiele apps.
Betalen voor connectivity
Naast taakgerichtheid (blijf een vreemd woord) kun je ook kijken naar de “connectivity”; in hoeverre is jouw kanaal in staat een verbinding te leggen tussen mensen. Dat is namelijk hetgeen wat mensen echt willen online. Email was jaren geleden al een killer-app. Of kijk naar het succes van een programma als MSN Messenger. Of meer recent: naar Twitter. Ik kwam een stukje tegen over wetenschapper Andrew Odlyzko. Hij rekende uit hoeveel wij bereid zijn om te betalen voor verschillende vormen van communicatie. Ik quote vanaf Frankwatching:

Voor het versturen van een sms’je hebben we gemiddeld zo’n acht cent over. Dat is heel veel geld voor een minuscuul stofdeeltje informatie. Het komt neer op afgerond duizend dollar per megabyte (Mb). Om draadloos te kunnen bellen en gebeld te worden betalen we gemiddeld een dollar per Mb. Voor vast bellen hebben we tien cent per Mb over, om gegevens over internet op te halen gemiddeld één cent.

Bron: The delusions of net neutrality, Andrew Odlyzko
Hoe dichter we ons bevinden bij contact – sms en telefoneren – hoe meer geld we er voor blijken over te hebben. Hoe dichter we komen bij de zwaardere inhoud, des te minder geld we betalen en des te groter tegelijkertijd de neiging wordt om gebruik te maken van smokkelroutes. Met andere woorden, niet content is king, maar connectivity is king (Joost Steins Bisschop)

Leuk verhaal, maar hoe zit het nu echt?
Bovenstaand onderzoek van die Andrew Odlyzko is een leuk verhaal en goed samengevat door Joost Steins Bisschop op Frankwatching. Maar feit is dat we voor die connectivity online toch geen ene moer betalen. Ik haalde hier boven al wat voorbeelden aan van kanalen die zorgen voor een hoge connectivity: email, messenger, twitter. De theorie is dus dat we voor dat soort diensten veel & vaak betalen, maar dan wel met kleine bedragen per keer zoals bij SMS. De praktijk is echter dat deze diensten gewoon gratis zijn en dat niemand bereid is om er voor te betalen.

Who’s the king? Content of connectivity?
De conclusie van van Joost Steins Bisschop is:
niet content is king, maar connectivity is king”. Maar connectivity heeft nog helemaal eigen businessmodel. Kijk naar Twitter, Messenger of sociale netwerken als Hyves of Facebook. Zij hebben precies hetzelfde businessmodel als bij contentsites: alles drijft op advertising. Het enige kanaal waarbij connectivity wel een eigen model heeft is SMS. Maar voor het businessmodel van connectivity dat lijkt SMS eerder een gelukkige uitzondering dan een structurele onderbouwing van “connectivity is king”.
Zolang er voor connectivity geen goed eigen businessmodel is, lijkt het me wat voorbarig om connectivity tot koning te kronen. Content mag dan geen king zijn, maar connectivity dus ook niet.