Groter dan Twitter: FarmVille

Vergeet Twitter… met 25 miljoen gebruikers stelt en het ontbreken van enige vorm van een businessmodel stelt het op dit moment niks voor. Enter “FarmVille“, een simpel online spelletje binnen Facebook, met dezelfde sociale componenten als Twitter.
FarmVille is businesswise echter een heel ander verhaal dan Twitter: het heeft veel meer gebruikers en wèl een serieus businessmodel. Het businessmodel van FarmVille is gebaseerd op “virtuele goederen”:

On any given day 500,000 tractors are sold on the Internet. But don’t start buying stock in John Deere or Caterpillar just yet. These are $20 “virtual” tractors that belong to the 50 million players of FarmVille, the largest and fastest-growing social game on the Internet. (bron: CNN)

Virtuele goederen
Laat het bovenstaande even tot je door dringen…. er worden PER DAG 500.000 virtuele tractors à $20,- verkocht op FarmVille. Ik schreef eerder al een artikel met de titel “Verkoop van virtuele goederen, da’s pas online business“, maar toen had ik nog niet het idee dat het zo groot zou kunnen worden….
Achtergrond FarmVille
Lees meer over de achtergrond van  FarmVille in het Volkskrant-artikel “Verslaafd aan de online boerderij“. Volgens de Volkskrant heeft FarmVille inmiddels trouwens al 64 miljoen gebruikers in plaats van de 50 miljoen waar CNN het over heeft.
Wat is dit?
Zijn we met met z’n allen een beetje gek geworden? Of is dit gewoon in de plaats gekomen van pre-historische activiteiten als Risk en Monopoly en moeten we daar verder niet te lang bij stil staan?

iTunes model als redder voor contentsites?

Consumenten zijn niet gewend en misschien zelfs wel niet eens bereid om te betalen voor online content. Onder leiding van mediatycoon Rupert Murdoch laait de discussie over het businessmodel van nieuws- en andere contentsites weer hoog op. Waarom betalen we eigenlijk niet voor content? En waarom lukt het Apple wel met hun iTunes systeem? Zou het iTunes model niet toe te passen zijn op contentsites?
Waarom betalen we niet voor online content?
Websites die content produceren hebben het moeilijk. Er wordt vrijwel nergens echt serieus geld verdient met sites die content publiceren; de inkomsten uit reclame (banners) zijn in het beste geval kostendekkend. Er wordt dan ook hard nagedacht over het ideale businessmodel voor dit soort sites. Volgens mij is het probleem tweeledig:

  • De motivatie om te betalen is laag: niet alleen omdat mensen sowieso niet graag ergens voor betalen, ook omdat er een overvloed aan soort gelijk gratis informatie is. Pas als informatie niet zomaar overal gratis beschikbaar is zal de motivatie om er voor te betalen stijgen.
  • Het gebruiksgemak om te betalen is laag: zelfs als je best bereid bent om ergens voor te betalen is het nog niet makkelijk om dat ook daadwerkelijk te doen. Je hebt geen zin om voor een transactie van 2 euro aan de slag te moeten met iDeal of je creditcard. Een gemakkelijk systeem voor micropayments ontbreekt.

Voor Apple is iTunes een ideaal systeem. Het is een cashcow van heb ik jouw daar. Opmerkelijk is dat iTunes niet beide punten hier boven oplost: muziek is immers nog steeds op veel plekken gratis beschikbaar (waardoor de motivatie om te betalen eigenlijk laag blijft). Het gebruiksgemak is echter wel groot. Als je eenmaal een account hebt aangemaakt (gekoppeld aan je creditcard) kun je met één klik (micro)betalingen doen. Is (anders dan vaak gedacht) gebruiksgemak nog belangrijker dan motivatie om te betalen?
iTunes model voor contentsites
Als iTunes werkt voor muziek (en apps) is het op z’n minst het proberen waard om dat model ook toe te passen op contentsites toch? Dat is precies wat een slimme Amerikaanse uitgever nu dan ook probeert:

San Francisco based McSweeney’s, publisher of magazines, fiction and essays, has released an interesting iPhone app. It’s interesting not for its interface or contents, which are both of fine quality by the way, but for introducing what might be the first subscription model for digital magazines. You buy the app for 4,99 euro. The purchase includes the first six months subscription fee. For that you receive new stories on a weekly basis. An understandable, doable and simple solution.

In dit geval gaat het dus wel om het iTunes systeem toegepast op abonnementen, niet op losse artikelen. Niet voor iedere site met interessante content zul je meteen een abonnement af willen sluiten, dus het lost het probleem van echte micropayments (betalen per artikel) nog niet helemaal op. Maar misschien is het ook wel beter om dit alleen in abonnementsvorm te verkopen omdat je er dan minder bewust van bent dat je betaalt voor online content.
Gaat het iTunes model de redder worden voor contentsites?

Businessmodel gebaseerd op content? Of op connectivity?

Content is king is een geveugelde uitspraak op internet. Die uitspraak wordt (terecht) steeds vaker in twijfel getrokken, want het blijkt niet mee te vallen om met content een fatsoenlijke boterham te verdienen. Onderzoek wijst uit dat mensen bereid zijn om meer te betalen zodra het kanaal ons in staat stelt een verbinding te leggen met anderen (zoals telefonie of SMS). Is een businessmodel gericht op connectivity daarom beter dan een businessmodel gericht op content?
Businessmodel gericht op content
Een paar dagen geleden schreef ik een bericht over de relatie tussen winst & taakgerichtheid van een medium. Daaruit kwam naar voren dat je met businessmodel gericht op content niet bepaald goed zit voor het maken van winst. Een content website zit precies in het midden van het spectrum van taakgerichtheid: mensen staan er onvoldoende open voor reclame (vanwege de relatief hoge taakgerichtheid) waardoor adverteerders niet veel willen betalen voor advertising. Tegelijkertijd is de taakgerichtheid ook weer niet zo hoog dat mensen bereid zijn om te betalen voor content / diensten zoals bij mobiele apps.
Betalen voor connectivity
Naast taakgerichtheid (blijf een vreemd woord) kun je ook kijken naar de “connectivity”; in hoeverre is jouw kanaal in staat een verbinding te leggen tussen mensen. Dat is namelijk hetgeen wat mensen echt willen online. Email was jaren geleden al een killer-app. Of kijk naar het succes van een programma als MSN Messenger. Of meer recent: naar Twitter. Ik kwam een stukje tegen over wetenschapper Andrew Odlyzko. Hij rekende uit hoeveel wij bereid zijn om te betalen voor verschillende vormen van communicatie. Ik quote vanaf Frankwatching:

Voor het versturen van een sms’je hebben we gemiddeld zo’n acht cent over. Dat is heel veel geld voor een minuscuul stofdeeltje informatie. Het komt neer op afgerond duizend dollar per megabyte (Mb). Om draadloos te kunnen bellen en gebeld te worden betalen we gemiddeld een dollar per Mb. Voor vast bellen hebben we tien cent per Mb over, om gegevens over internet op te halen gemiddeld één cent.

Bron: The delusions of net neutrality, Andrew Odlyzko
Hoe dichter we ons bevinden bij contact – sms en telefoneren – hoe meer geld we er voor blijken over te hebben. Hoe dichter we komen bij de zwaardere inhoud, des te minder geld we betalen en des te groter tegelijkertijd de neiging wordt om gebruik te maken van smokkelroutes. Met andere woorden, niet content is king, maar connectivity is king (Joost Steins Bisschop)

Leuk verhaal, maar hoe zit het nu echt?
Bovenstaand onderzoek van die Andrew Odlyzko is een leuk verhaal en goed samengevat door Joost Steins Bisschop op Frankwatching. Maar feit is dat we voor die connectivity online toch geen ene moer betalen. Ik haalde hier boven al wat voorbeelden aan van kanalen die zorgen voor een hoge connectivity: email, messenger, twitter. De theorie is dus dat we voor dat soort diensten veel & vaak betalen, maar dan wel met kleine bedragen per keer zoals bij SMS. De praktijk is echter dat deze diensten gewoon gratis zijn en dat niemand bereid is om er voor te betalen.

Who’s the king? Content of connectivity?
De conclusie van van Joost Steins Bisschop is:
niet content is king, maar connectivity is king”. Maar connectivity heeft nog helemaal eigen businessmodel. Kijk naar Twitter, Messenger of sociale netwerken als Hyves of Facebook. Zij hebben precies hetzelfde businessmodel als bij contentsites: alles drijft op advertising. Het enige kanaal waarbij connectivity wel een eigen model heeft is SMS. Maar voor het businessmodel van connectivity dat lijkt SMS eerder een gelukkige uitzondering dan een structurele onderbouwing van “connectivity is king”.
Zolang er voor connectivity geen goed eigen businessmodel is, lijkt het me wat voorbarig om connectivity tot koning te kronen. Content mag dan geen king zijn, maar connectivity dus ook niet.

Wat betekent mobiel internet voor het businessmodel van Google?

Ik heb sinds kort een iPhone… (ja, ik weet het: ik ben een enorme laggard, maar beter laat dan nooit). Zoals iedereen die net een iPhone heeft gekregen ben ook ik in deze eerste dagen helemaal in de ban van het uitproberen van iPhone Apps.
Door die iPhone & iPhone Apps zat ik me ineens af te vragen wat de opkomst van mobiel internet (en mobiele apps) betekenen voor het businessmodel van Google op de lange termijn. Kunnen advertentievormen als Google Adwords & Google Adsense ook mobiel worden toegepast? Of gaat het uiteindelijke allemaal om betaalde applicaties voor mobiel?
Mobiel niet meer “search-driven”
Een van de belangrijkste veranderingen wanneer je gebruik gaat maken van internet op je mobiel is dat het stukken minder  “search driven” is. Je zoekt veel minder, omdat voor bijna alles wat je wilt doen een apart programmatje beschikbaar is. Je gaat daardoor nog taakgerichter te werk. Denk er maar eens even over na:

  • Vraag: wanneer ga je zoeken?
  • Antwoord: als je niet weet waar je iets kunt vinden.

We weten voor steeds meer dingen al wel waar je het kunt vinden. Je gaat dan niet meer zoeken bij Google, maar rechtstreeks naar de plek waar je verwacht die antwoorden te kunnen vinden:

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Applicaties op je mobiel zullen deze ontwikkeling alleen nog maar versterken. Dankzij de Apps wordt het immers nog makkelijker om rechtstreeks naar de “plek van antwoord te gaan”.
Google wil Apps in de browser
De browser krijgt door de applicaties een onderschikte rol. Dat is slecht nieuws voor Google, want het is immers de browser waar Google zijn advertenties (Adwords & Adsense) kwijt kan. Eind juli schreef ik een blogpost met de titel: “Apple’s App Store: Google gelooft er niet in“. Het is misschien niet zo zeer een kwestie van niet geloven als wel  “niet blij mee zijn” (Apple heeft  met meer dan 65.000 apps en meer dan 1,5 miljard downloads het gelijk volgens mij wel aan haar zijde).


Volgens Google ligt de toekomst in programma’s die via een platform/toestel onafhankelijke browser draaien. Dat zorgt (volgens Google) voor een groter bereik  & lagere ontwikkelkosten voor de App Developers. En het grote voordeel voor Google is natuurlijk dat ze hun Adwords & Adsense advertenties kwijt kunnen in de browser (in tegenstelling tot bij de huidige Apps van Apple’s Appstore).
Wat betekenen mobiele applicaties voor het businessmodel van Google?
Stel dat het Google lukt om een verandering teweeg te brengen en alle Apps in de browser gaan draaien. Ik vraag me af of dat genoeg is om het businessmodel wat Google nu heeft ook toe te kunnen passen op mobiel.

  • Eerder had ik al vast gesteld dat mobiel internet stukken minder “search driven” is. Dat betekent dat Google’s huidige cashcow (Adwords) niet veel te zoeken heeft op mobiel.
  • Daarnaast ben je bij internet op je mobiel nog taakgerichter bezig dan wanneer je internet op je laptop of PC. Daardoor laat je je nog minder afleiden door advertenties rondom de content en dat zou betekenen dat ook Google Adsense weinig te zoeken heeft op mobiel.

Zou paid content (als in: betaalde apps) dan toch the way to go zijn? En kan Google de voorsprong van Apple’s App Store nog inhalen?

Verbreding businessmodel NRC Handelsblad gaat een succes worden

Dat de kranten het niet makkelijk hebben is algemeen bekend. Om de terugloop van inkomsten tegen te gaan heeft NRC Handelsblad besloten om hun businessmodel te verbreden door actiever producten te gaan verkopen in hun nieuwe website NRC Lux. Ik denk dat het een groot succes gaat worden.
– lang artikel alert –
Economische situatie krantenuitgevers
PricewaterhouseCoopers voorspelt dat de inkomsten dit jaar met 17% zullen dalen ten opzichte van 2008 (wat ook ook al geen best jaar was).  De sterke daling is volgens PwC te wijten aan de ‘gratis cultuur’ op internet, terwijl de recessie de sector verder onder druk heeft gezet. Mediaspecialist Marieke van der Donk van PwC:

Van dalende oplages was al voor de crisis sprake. Het is niet zozeer de crisis, als wel het veranderende gedrag van consumenten, en in hun spoor dat van adverteerders, dat de sector tot veranderingen dwingt. Van der Donk adviseert krantenuitgevers onder meer te stoppen met het gratis weggeven van “unieke en relevante content” en het neerzetten van het krantenmerk in verschillende kanalen. “Maar nog belangrijker: sluit de vijand in de armen, werk meer samen met erkende digitale nieuwsaanbieders”

PricewaterhouseCoopers: “beste kranten, sukkel maar lekker door”
Wat PricewaterhouseCoopers hier eigenlijk zegt is dat kranten hetzelfde moeten blijven doen (nieuws maken), maar het op een andere manier aan de consument presenteren (niet meer gratis weggeven, samenwerken met digitale nieuwsaanbieders). Als de kranten dat doen gaan ze zeker ‘down the drain’. Ik denk dat kranten actiever moeten zoeken naar echte vernieuwing van hun businessmodel. Dat is wat NRC Handelsblad nu doet met de lancering van webshop NRC Lux.
NRC wil niet meer zo afhankelijk zijn van advertenties & abonnees
NRC Handelsblad verkocht al een jaar of zes producten met een NRC-label (o.a. wijn & boeken). Daarnaast had de krant altijd al speciale lezersaanbiedingen. NRC wil niet meer zo afhankelijk zijn van advertenties en abonnees. Daarom willen ze hun businessmodel verder verbreden door actiever in te zetten op de verkoop van producten via retailers en webwinkels. Op dit moment maakt de verkoop van producten nog 5 procent uit van de totale omzet van NRC Media, maar volgens uitgever Gert Jan Oelderik moet dit binnen twee jaar 15 procent zijn. Om die 15 te gaan bereiken heeft Oelderik een apart retail-team opgericht. Dat team van vier mensen opereert als zelfstandig bedrijf binnen NRC Media, de werkmaatschappij die onder holding PCM valt.
Lancering webshop NRC Lux
Eén van de eerste echt zichtbare initiatieven van het retail-team is de lancering van webshop NRC Lux. NRC Lux is de “cultuurwebwinkel” van NRC Handelsblad en nrc.next. Via de website kunnen consumenten producten bestellen zoals boeken, films, cd’s, dvd’s, wijn, reizen, etc. Daarnaast biedt NRC Lux producten die op geen andere plekken dan NRC Lux te koop zullen zijn zoals kunstwerken en bepaalde exclusieve wijnen.
Onderscheidend vermogen NRC Lux
Wat NRC Lux onderscheidt van bekende webwinkels zoals Bol.com is dat de aangeboden boeken, films en muziek gekoppeld zijn aan het complete recensiearchief van NRC Handelsblad en nrc.next. Dit archief omvat meer dan 20.000 recensies. Daarnaast zijn er videorecensies van bekende NRC-redacteuren te zien op nrclux.nl. Retaildirecteur Rudolf van den Bosch zegt tegen Emerce het volgende over de concurrentie met Bol.com:

Er zit een overlap in de productcategorieën, maar het is een hele andere website. Als je de site van Bol.com en de onze met elkaar vergelijkt, dan zie je dat Bol.com ook hele andere dingen aanbiedt, games en elektronica bijvoorbeeld. Wij zullen ons richten op onze eigen doelgroep en we zoeken het meer in cultuur als centraal thema in onze webwinkel.

Slimme verbreding businessmodel
NRC Handelsblad doet een slimme zet met de lancering van NRC Lux. Ze hebben al 6 jaar ervaring met het verkopen van producten, dus ze begeven zich niet geheel op nieuw terrein maar gaan een bewezen inkomsten kanaal verder uitbouwen. In tegenstelling tot wat PricewaterhouseCoopers gaan ze niet op een andere manier door met hun core-business, maar proberen ze echt te innoveren door breder te denken dan nieuwsvoorziening. NRC gaat daarmee hun businessmodel echt verbreden. Dat is slim.

Ik denk dat NRC Lux een succes wordt dankzij de volgende drie redenen:

  • NRC Handelsblad heeft al 6 jaar ervaring met het verkopen van (culturele) producten. Daardoor kunnen ze de fase van pionieren, experimenteren en leren van fouten overslaan en meteen vol gas gaan.
  • Dankzij de insteek op culturele producten, gecombineerd met het enorme recensiearchief kan NRC Lux meer dan voldoende onderscheidend vermogen creeëren ten opzichte van bestaande webwinkels.
  • NRC Media heeft met NRC Handelsblad & nrc.next een groot bereik en daarmee een perfect platform om NRC Lux te promoten via onverkochte advertentieposities.

Go NRC Handelsblad, Go! 🙂

Robbie Williams bedenkt nieuw businessmodel voor live-entertainment

Robbie Williams is terug. Niet alleen met een nieuw album, maar ook met een nieuw businessmodel voor live-entertainment. Zijn complete Europese Tour bestaat uit één enkel concert in Londen op 20 oktober (dat is morgen trouwens)… maar ondanks dat Robbie Williams meer één concert geeft is de show voor al zijn fans in Europa live te volgen… via de bioscoop:

Robbie’s first live show in the UK for three years will be beamed to nearly 200 cinemas across the continent in a live, high definition, broadcast, so those of you in Europe can see the action unfold in front of your very eyes while you dig deep into your popcorn. There’ll be no need to push your way to the front of the audience as you’ll have a guaranteed front-row view from your seat wherever you are! (RobbieWilliams.com)

Nieuw businessmodel
Met deze actie bedenkt Robbie Williams dus in zijn eentje een soort van nieuw businessmodel voor de concertindustrie. Hij heeft niet alleen nieuw kanaal gevonden om zijn klanten (= fans) te bereiken, maar ook om een heel ander soort klanten te bereiken. Bovendien zullen de kosten van de tour een stuk lager zijn omdat Williams niet met een hele crew wekelang door Europa hoeft te trekken.
Ervaringen laten zich niet kopieren of downloaden
Live-entertainment is voor artiesten & platenmaatschappijen zo’n beetje het laatste redmiddel om geld te verdienen in een wereld waar vrijwel alles direct gedownload wordt. Een live-ervaring laat zich immers niet kopieren of downloaden. Dat geldt ook voor een concertweergave in een bioscoop. Vanuit dat oogpunt is de actie van Robbie Williams dus een erg innovatieve zet binnen een redelijk tradionele bedrijfstak.
Slim of niet slim?
Innovatief is het zeker, maar is het ook slim? Dat ligt op de eerste plaats aan het bereik wat hij weet te genereren. Bij zijn laatste tour in 2006 werden er 1,6 miljoen kaarten verkocht. Los van het kleine groepje fans dat het concert nu live kan bekijken in Londen vraag ik me af of het Williams lukt om honderdduizenden fans de bioscoop in te krijgen. Bij ‘naar een concert gaan’ hebben mensen toch een bepaald beeld. Wanneer ze een concert gaan bekijken in een bioscoop zullen ze dat beeld noodgedwongen bij moeten stellen, en ik vraag me af hoe groot de groep is die daar zin in heeft. Het zou best kunnen dat nu alleen de 200.000 hardcore fans overblijven.

Aan de andere kant gaf ik aan de kosten van deze tour een stuk lager zullen zijn. Het is daarom niet zo erg als het bereik lager is, het rendement kan dan immers nog steeds hetzelfde of zelfs groter zijn dan bij een normale Europese Tour.
Conclusie
Ik denk niet dat Robbie Williams nu meteen hét nieuwe businessmodel heeft uitgevonden, maar desondanks denk ik wel dat het een slim (lees: uitermate winstgevend) experiment gaat worden. Thumbs up voor Robbie Williams dus!

Ps: mocht je fan zijn, in Nederland kun je het concert morgen bekijken in o.a. Amsterdam, Eindhoven, Groningen en Rotterdam.

Zoover harkt het lekker binnen, ondanks hun platte businessmodel

Gisteravond zag ik in een vaag kroegje het tijdschrift Bizz liggen met daarin een artikel over vakantiebeoordelingssite Zoover. Er stonden voor mij veel nieuwe dingen in, dus ik dacht dat de strategie van Zoover wel een interessant onderwerp zou zijn voor een blogpost. Nu ik weer helder achter mijn computer zit zie ik alleen dat het een artikel is uit oktober 2008…. Hoezo oud nieuws…. :-).  Geen uitgebreide beschouwing daarom, maar wel even een paar interessante punten over het businessmodel van Zoover.
Plat businessmodel
Het meest interessante vond ik dat Zoover een heel basaal businessmodel heeft; ze halen namelijk al hun inkomsten uit advertenties. Maar dat doen ze wel op een goede manier. In 2008 had het bedrijf 60 mensen in dienst en behaalde het een omzet van zo’n 8 miljoen euro. Dan doe je het toch niet slecht!
Zoover-eigenaar Bas Rasker vertelt aan Bizz hoe het zit met hun verdienmodel:

We krijgen inkomsten uit twee kanalen. Allereerst verdienen we met advertenties op de website. Naast banners op CPM-basis maken we onder meer ook gebruik van Google Adsense. Deze zijn goed voor ongeveer 40% van de inkomsten. Daarnaast ontvangen we een vaste vergoeding (CPC) van de touroperators voor iedere bezoeker die via Zoover.nl doorklikt naar de website van de betreffende touroperator. Stel dat een bezoeker op Zoover.nl een hotel ziet waar hij heen wil, dan kan hij direct doorklikken naar de touroperator om het hotel te boeken. Wij krijgen daarvoor betaald, ongeacht of de bezoeker wel of niet een hotel boekt.

Veel simpeler dan dat kun je het niet maken. Mooi dat Zoover daar toch zoveel geld mee weten te verdienen… Slim dat ze niet op affiliate-basis met de touroperators samenwerken. Enerzijds omdat ze op de manier zoals ze het nu doen een stabielere vorm van inkomsten hebben (ze zijn immers minder afhankelijk van de touroperators), anderzijds omdat ze zo het spanningsveld met de onafhakelijkheid van Zoover vermijden. De onafhankelijkheid van  Zoover is de grootste kracht, als ze die verliezen valt het hele bestaansrecht van de site weg volgens mij.
Nieuw businessmodel?
Ze zitten niet stil bij Zoover. De focus ligt op een verdere internationale uitrol (waar ze al ver gevorderd mee zijn). In het artikel geeft directeur Bas Rasker aan dat ze bezig zijn met een nieuw businessmodel, waar hij op dat moment nog niet veel over kan zeggen. Het interview is inmiddels een jaar oud, dus ik ga er vanuit dat ze dat nieuwe businessmodel nu wel geimplementeerd hebben :-). Ik alleen nu de tijd niet om uit te zoeken wat dat precies is. Als ik meer weet plaats ik hier later een update. Eventuele tips zijn welkom in de comments!

De 7 beste businessmodellen voor online

Eén van mijn favoriete onderwerpen op dit weblog is (online) businessmodellen. Vraag me niet waarom, maar ik vind het gewoon heel interessant om te kijken welke strategie bedrijven moeten volgen om online klanten aan zich te binden en geld te verdienen.
Ik kwam een oude, maar nog steeds actuele & interessante presentatie tegen van Onno Makor over online businessmodellen. Hij beschrijft in de presentatie de 7 beste online businessmodellen:

  1. Makelaarsmodel: brengen kopers en verkopers bij elkaar en faciliteren de transactie (o.a. Marktplaats & Funda)
  2. Advertentiemodel: online versie van het bestaande businessmodel uit de printmedia (o.a. Nu.nl) NB: de presentatie is uit 2007, maar ik denk dat we er nu wel achter zijn dat dit één van de meest moeizame businessmodellen voor online is.
  3. Merchantmodel: directe verkoop van goederen of diensten (o.a. Bol.com, Wehkamp)
  4. Affiliatemodel: businessmodel waarbij de partner (= affiliate) een commisie krijgt voor iedere sale of lead die dankzij hem gerealiseerd wordt (o.a. Independer & Gaslicht.com)
  5. Communitymodel: verkoop van diensten of (al dan niet virtuele) producten die een relatie hebben met de community (o.a. Qzone & Cyworld)
  6. Subscriptionmodel: de bezoeker betaalt periodiek een bedrag om toegang te hebben tot online diensten of informatie (o.a. Relatieplanet & Marktingsherpa)
  7. Shareware / Freeware: verspreiding van software is gratis, maar wanneer de software vaker gebruikt wordt moet wel worden betaald.

Mijn favoriete businessmodel
Mijn favoriete businessmodel blijft toch wel het makelaarsmodel. Het ‘enige’ wat je doet het is het bij elkaar brengen van vraag en aanbod en het faciliteren van de transactie. Vrijwel alle partijen die in Nederland maar ook internationaal echt serieus geld verdienen online werken volgens dat model. Zie bijvoorbeeld mijn eerdere post over het gouden businessmodel van Werkspot.  In dit businessmodel komt alles neer op aggregeren, selecteren en ordenen van informatie (lees: vraag & aanbod). Als je daar eenmaal een mechanisme voor hebt gevonden ben je de koning.
Specifiekere beschrijving businessmodellen in de presentatie
Ik vat de 7 typen businessmodellen hierboven nu een beetje kort door de bocht samen, maar het is interessant om ook de presentatie nog even te bekijken. Bij de meeste modellen wordt namelijk nog een onderscheid gemaakt tussen de verschillende varianten. Bij het merchantmodel kun je bijvoorbeeld onderscheid maken tussen de pure online spelers zoals Bol.com, de catalogusverkopers zoals Wehkamp of de “clicks & motars” zoals Albert.nl.  Zie hier de hele presentatie:

TNT Post legt focus op dienstverlening rondom e-commerce

TNT Post heeft het niet altijd makkelijk met internet. De volumes van verstuurde ‘papieren post’ blijven maar dalen. Het is daarom duidelijk dat er iets moet gebeuren. Eén van die acties is dat TNT Post zich verder wil gaan toeleggen op de dienstverlening rondom e-commerce. Het bedrijf wil webwinkeliers ondersteunen op een groot gedeelte van het e-commerce proces, o.a: orderverwerking, fulfilment, betalingen en bezorgservice.
Verder dan pakketjes versturen
Bovenstaande klinkt nog wel logisch. Het is immers een verlenging van de bestaande dienstverlening van TNT Post. Maar het bedrijf wil verder gaan dan alleen pakketjes versturen. Commercieel directeur Ger Jacob:

Webwinkeliers kunnen er straks onder andere voor kiezen voorraad te houden bij TNT Post, waarmee het postbedrijf een alternatief biedt voor partijen als Docdata en Reviva. In het ‘cafetariamodel’ neemt TNT Post distributie en fulfilment in eigen hand, terwijl het de regie houdt over activiteiten van partners voor onder meer site-bouw, traffic-generatie en betalingen.

Vooral het laatste stukje van deze quote is interessant. TNT Post wil dus zelf de regie gaan voeren over de partners die zorgen voor o.a. website-bouw en het genereren van traffic. Daarmee begeeft TNT zich op een heel nieuw terrein (en verleggen ze ook de focus van hun businessmodel).
Proefdraaien met e-commerce
Gelukkig stapt TNT niet onvoorbereid in het diepe. Sinds een half jaar biedt het bedrijf een starterspakket aan voor beginnende webwinkeliers. Het startpakket is een gestandariseerde versie van Magento (open source e-commerce pakket). Dit  e-commerce pakket is bovendien gekoppeld is aan een betaalsysteem en (uiteraard) het logistieke verzendprogramma van TNT Post. Deze dienst van TNT Post heet Vigento, ik kan niet achterhalen hoeveel webwinkeliers er nu gebruik van maken.

Slim of niet slim?
Ik denk dat TNT Post er verstandig aan doet om nieuwe markten aan te boren. Het tradionele postverkeer neemt af, dus daar hebben nieuwe initiatieven niet zo veel zin. In dat opzicht is de focus op e-commerce een logische stap. Ik geloof ook zeker in het model waarbij één partij een faciliterende rol speelt en daar een bepaalde vergoeding voor ontvangt. In het geval van TNT snijdt het mes aan twee kanten: ze krijgen een vergoeding voor hun dienstverlening wat betreft e-commerce en zien aan de andere kant het aantal verstuurde pakketjes ook nog eens stijgen. In dat opzicht dus zeker slim allemaal.

De uitdaging zal ’em vooral zitten de kwaliteit van de dienstverlening zelf. Kan een groot (dus log) bedrijf als TNT Post snel genoeg inspelen op de veranderende e-commerce markt? En zijn ze in staat om goede diensten aan te bieden tegen een scherpe prijs? Als ik de comments lees op o.a. Emerce & Twinkle begrijp ik dat er wel reden is om daar aan te twijfelen.
Ik ben benieuwd! Voor nu wens ik TNT Post vooral heel veel succes toe.

Al je business online & gratis? Niet voor iedereen

Steeds meer bedrijven verplaatsten hun business naar online en geven daar een groot deel van hun producten gratis weg. Omdat anders de concurrent het wel doet en ze in de toekomst helemaal geen bestaanrecht meer hebben. Toch zit er vaak geen goed businessmodel achter het ‘alles online zetten’. Chris Anderson denkt dat gratis de toekomst heeft. Een bekende artiest als Prince denkt het tegenovergestelde. Wie heeft gelijk? Nobody knows…
Businessmodel “free” van Chris Anderson
Naar mate consumenten intensiever gebruik gaan maken van internet stijgt te druk bij het bedrijfsleven om een goed businessmodel te vinden voor online. Dat blijkt nog niet zo makkelijk, want de consument is er aan gewend dat op internet bijna alles gratis is. Volgens Wired-auteur Chris Anderson heeft “gratis” de toekomst. Hij beargumenteert in zijn boek dat bedrijven producten en diensten gratis moeten weggeven en vervolgens indirecte manieren hun geld moeten verdienen.  
Business volgens Chris Anderson in vier stappen
Het businessmodel “gratis” van Anderson is samen te vatten in vier stappen:

  • bouw een gemeenschap (community) rondom gratis informatie en advies en richt je op één specifiek thema
  • laat de gemeenschap meebouwen en bied in ruil het ‘ruwe resultaat’ gratis aan
  • bied voor de mensen met meer geld dan tijd, vaardigheid of risicotolerantie, een gepolijste variant aan en laat daar dik voor betalen.
  • doe dit steeds opnieuw, waarbij een marge van zo’n 40% moet zorgen voor méér dan de dekking van de overige kosten.

Een concreet voorbeeld een ‘bedrijf’ dat het model van Anderson toepaste is Radiohead. Fans konden het album Rainbows gratis downloaden en vervolgens zelf een eventuele prijs bepalen. Daarnaast werden ook nog ouderwetse CD’s in de vorm van een premium-box verkocht. Radiohead volgt hiermee precies het gedachtegoed van Chris Anderson.
Niks gratis voor TAFKAP (a.k.a. Prince)
Als er een nieuwe hype ontstaat is het altijd interessant om te kijken naar spelers die zich niks van de hype aantrekken en gewoon hun eigen gang gaan. In tegenstelling tot Radiohead heeft TAFKAP, the artist formally known as Prince, een grondig hekel aan het gratis weggeven van zijn muziek . In het NRC stond afgelopen vrijdag een uitgebreid artikel over hoe Prince al sinds 1997(!) geld weet te verdienen met internet:

Prince is de eerste popster die de platenmaatschappijen het nakijken gaf. Alle opbrengsten van zijn muziek kwamen hem toe. Dankzij internet. Opeens verdween hij. Maar nu is hij terug. Gratis bestaat niet voor Prince.

Strijd tegen online piraterij
Prince geeft niks weg. Voor alles moet je betalen, en sites die toch materiaal van Prince ter beschikking stelden krijgen het zwaar te verduren. NRC over de oorlog van Prince tegen internetpiraten:

 Iedereen die iets van Prince liet zien of horen op een site, kreeg van hem een schrijven of e-mail met het verzoek om zijn beeltenis of muziek onmiddellijk te verwijderen. Zo niet, dan kon de geadresseerde een rechtszaak verwachten wegens schending van auteursrechten. Ook YouTube werd met rechtszaken bedreigd. De site waarop de hele wereld een video kan plaatsen, moest alle videos waarop ook maar iets van Prince was te zien of te horen wegfilteren. YouTube boog. Het verwijderde zelfs het filmpje dat een moeder had gemaakt van haar zoontje dat danst op muziek van Prince. Ook de Amerikaanse talkshow host Jay Leno kreeg geen toestemming om beelden van optredens van Prince in zijn talkshow op zijn site te zetten.

Het NRC rekent voor hoe Prince met deze aanpak een aardige boterham weet te verdienen. Op zijn manier laat de artiest hiermee zien hoe je met een relatief beperkt publiek toch goed geld kan verdienen op internet: zorg voor unieke content en houd die door een meedogenloze strijd tegen piraten uniek. Niks gratis dus…
Wat NRC vergeet te melden
Toch is het model van Prince ook niet de heilige graal. NRC vergeet in zijn conclusie namelijk dat de situatie van Prince nou niet bepaald te vergelijken is met ieder ander willekeurig bandje. Prince was al een gevierde artiest toen hij de overstap naar internet maakt en al zijn content achter gesloten deuren hield. Mede dankzij de promotiestrategieën van platenmaatschappij Warner Bros kon hij uitgroeien tot een bekende naam. Dankzij die opgebouwde bekendheid is het voor Prince veel gemakkelijker om mensen te laten betalen voor content dan voor een beginnende artiest.
En voor zo’n beginnende artist is het gratis-model van Chris Anderson misschien helemaal zo gek nog niet…