Hoe goed zijn jouw landingspagina's?

Uit welke elementen bestaat een goede landingspagina? Hoe lang mag zo’n pagina eigenlijk zijn? En hoe kun je jouw eigen pagina’s op een makkelijke manier punten geven om te bepalen hoe goed ze zijn? 
Wat zijn bepalende elementen voor een goede landingspagina?
Landingspagina’s vormen de brug tussen bezoekers (bijvoorbeeld uit een campagne of zoekmachine) en het aanbod wat je hebt.  Je landingspagina’s moeten bezoekers informeren over wie je bent en wat je te bieden hebt (en waarom je bezoekers dat aanbod nou specifiek bij JOU zouden moeten afnemen). 
Bryan Eisenberg schreef er twee goede artikelen over: 

Het eerste artikel gaat heel concreet in op de elementen die een landingspagina tot een succes maken. Het tweede artikel is wat abstracter, maar daarom niet minder nuttig. 
Lengte van een landingspagina
In de artikelen gaat Eisenberg nergens in over de gewenste lengte van een landingspagina. Moet je landingspagina alleen dienen als toegangspoort naar dieperliggende informatie (d.m.v. links), of moet je proberen alles over je aanbod en achtergrond te vertellen in die ene pagina? 
In eerste instantie zul je waarschijnlijk geneigd zijn om een landingspagina vooral te zien als toegangspoort. Dat bekekent dus dat je op de landingspagina in het kort vertelt wie je bent en wat je te bieden hebt, en vervolgens doorlinkt naar andere pagina’s waar je dieper op een bepaald onderwerp ingaat. Toch ben ik daar niet zo van overtuigd. Het is natuurlijk een beetje afhankelijk van het onderwerp, maar ik denk dat (hele) lange landingspagina’s vaak het beste werken. 
Waarom lang beter werkt dan kort
De reden waarom ik denk dat een lange landingpagina beter werkt dan een “toegangspoort-landingspagina” is simpel: het is voor bezoekers een minder grote stap om te scrollen, dan om te klikken. Een klik naar een dieper liggende pagina in de site kost de bezoeker tijd, terwijl hij niet precies weet of de informatie op die dieperliggende pagina nuttig is. Scrollen is gewoon makkelijker: je kunt heel snel scannen of er voor jou interessante informatie op de pagina staat. 
Lees ook mijn eerdere artikel: Meer online verkopen? “Vertel het hele verhaal” (over hoe SEOmoz $1 miljoen dollar meer omzet genereert dankzij een betere landingspagina). 
Maar hoe goed zijn JOUW landingapagina’s?
De kop van dit artikel is niet voor niets “hoe goed is jouw landingspagina?”. Afgelopen weekend bezocht ik de “The Conversion Marketing Scorecard“. Op deze pagina worden je 4 vragen gesteld over je landingspagina:
 

  • Are you describing what the page is about?
  • Are you giving visitors a reason to care?
  • Are you trustworthy?
  • Is it easy to get started?

Iedere vraag is vervolgens weer onderverdeeld in 10 punten. Per punt kun je aanvinken of jouw landingpagina voldoet aan dat punt. Op basis van de hoeveelheid vinkjes wat je zet krijg je een score van 0 tot 40. Onderaan de test staat een tabel met uitleg over de score (heb je een “Rock Star Landing Page” of is ‘ie “Pathetic“?).Een simpel maar doeltreffend concept! Ik wou dat ik het zelf had bedacht :-). 
Begin hier met het scoren van je landingspagina’s

"Resources" gedeelte – denk met me mee!

Al sinds de start van dit weblog ben ik van plan om een “resources” gedeelte in te richten;  een apart onderdeel op de site dat wordt gevuld  met interessante bronnen die betrekking hebben op de combinatie van psychologie & (online) marketing. Denk daarbij aan:

  • Must-read boeken (nederlands en engelstalig)
  • Interessante presentaties op Slideshare
  • Relevante (wetenschappelijk) onderzoeken en experimenten
  • Bloggers/Auteurs/Onderzoekers om in de gaten te houden

Maar misschien zijn er ook nog wel andere bronnen te verzinnen? Fimpjes op Youtube en Vimeo bijvoorbeeld? Of…?
Denk mee!
Mijn vraag jou, beste lezer, is: wil je me me meedenken over hoe ik dit resources gedeelte zal invullen? Aan de hand van bovenstaand rijtje kun je al wel een beetje afleiden wat voor soort vragen ik graag beantwoord zou willen zien:

  1. Welke boeken over psychologie / keuzegedrag / consumententrends mogen niet ontbreken?
  2. Wat zijn (internationale) blogs die interessant zijn om te volgen?
  3. Welke mensen op Twitter zijn een bron van informatie en inspiratie?
  4. Welke presentaties op Slideshare zijn echt het bekijken waard?
  5. Welke events / congressen zijn het bezoeken waard?
  6. Welke psychologische theorieën zijn voor marketeers interessant?
  7. etc. etc. etc.

Geef je input in de comments (het is een eerste aanzet, dus schroom niet: anything goes!). Je mag me ook mailen op christcoolen@adverto.nl.

Prijsstrategie: het bizarre effect van "anchoring"

Vrijwel alle keuzes die we maken worden beinvloed door de alternatieven die we hebben voor die keuze. Een van die beinvloedingsmechanismes is het fenomeen “anchoring”. We vergelijken onze keuze teveel met de gepresenteerde referentiepunten waardoor onze objectiviteit wordt beinvloed.
Anchoring met sofi-nummer
Anchoring gaat ver, ook wanneer de referentiepunten eigenlijk helemaal niks met de oorspronkelijke keuze te maken hebben. De presentatie hier boven begint met een experiment van Dan Ariely waarbij studenten werd gevraagd de laatste twee cijfers van hun sofi-nummer op te schrijven. Vervolgens moesten ze aangeven hoeveel geld ze wilden bieden op een paar willekeurige voorwerpen (o.a. een keybord, een doosje chocola en een stapel boeken).

Wat bleek? Hoewel de cijfers van het sofi-nummer natuurlijk geen enkele relatie hebben met de voorwerpen uit het experiment hadden ze wel degelijk invloed op de prijs die de studenten wilden betalen! Studenten met een “hoog nummer” (50-99) waren bereid om significant meer voor deze voorwerpen te betalen dan studenten met een laag nummer (00-49).
Zo staat deze presentatie vol met voorbeelden van irrationele (anchoring) manieren waarop mensen hun keuze laten beinvloeden.
Besteed aandacht aan het kiezen van je alternatieven
Het voorbeeld hierboven gaat vrij ver. Het ligt bijna tegen het “manipulatieve” aan. Maar dat betekent niet dat je er als marketeer niks meer kunt. Ook zonder manipulatief te zijn kun je de prijsperceptie van de consument beinvloeden. En je kunt het op een veel directere manier toepassen dan je klanten aan bepaalde nummers te laten denken. Belangrijkste aandachtspunt hierbij is: kies je alternatieven met zorg:

$ 5.984 is wel erg veel geld voor een barbecue toch?



Vind je
$ 5.984 nu nog steeds veel?


En nu dan? $ 5.984 valt best mee toch?



Waar kan ik afrekenen?


Hier zie je het effect van anchoring dus ten top. In eerste instantie vind je $ 5.984 een bizarre hoeveelheid geld voor een barbecue. Maar zodra je ziet dat ‘ie normaal nog duurder is begint die $ 5.984 ineens wel weer mee te vallen. Wanneer ze er ook nog eens een “laagste prijs garantie” bijzetten wordt het nog aantrekkelijker. Maar die $ 5.984 lijkt pas echt een koopje wanneer je het afzet tegen de super-BBQ van maar liefst $ 12.500…

Emerce presentatie: de kunst van online verleiding


Hoe verhoog je online conversie door gebruik te maken van psychologische verleidingstechnieken? Dat is het onderwerp van de presentatie die ik heb gegeven op het Emerce Conversion Event.

Usability is niet genoeg!
Ik ben begonnen met de stelling “usability is niet genoeg” aan de hand van een quote van Bryan Eisenberg:
“Do your usability stuff, and do it well. But you can’t stop there… you must guide, encourage, persuade, influence and motivate your customers in a specific direction”.

Om je website om te vormen tot een sales-machine zul je meer moeten doen dan het verminderen van de frustraties van je website bezoekers. Je moet je bezoekers begeleiden, overtuigen, aanmoedigen, motiveren en verleiden om over te gaan tot actie.  Om dat te kunnen doen moet je op een effectieve manier inspelen op de psychologie van je bezoeker.

Paradox of choice
Tijdens de sessie ben ik vervolgens ingegaan op de  “paradox of choice“; hoe meer keuze we hebben, hoe complexer het wordt om een beslissing te nemen (lees ook mijn artikel: het negatieve effect van teveel keuze). Welke strategieen passen mensen (onbewust) toe om in deze overvolle keuze maatschappij toch snel beslissingen te kunnen nemen? Welke mechanismes liggen daaraan ten grondslag? En hoe kun je daar als (online) marketeer op inspelen?

Principes van Cialdini
Hoogleraar Psychologie en Marketing Robert Cialdini geldt als autoriteit als het gaat over het overtuigen en beïnvloeden van mensen. Van zijn boek “Invloed” werden wereldwijd meer dan twee miljoen exemplaren verkocht. Het boek bespreekt 6 wetenschappelijk bewezen beïnvloedingsstrategieen:
  • Wederkerigheid: geef iets weg en je krijgt iets terug
  • Commitment en consistentie: laat mensen ja zeggen op een klein verzoek, dan is de kans groot dat ze ook ja zeggen op een groter verzoek.
  • Sociale bewijskracht: mensen kijken naar wat andere mensen doen (en kopieren dat gedrag)
  • Sympathie: mensen zeggen het liefst ja tegen personen die ze kennen en/of aardig vinden.
  • Autoriteit: mensen zijn geprogrammeerd om te doen een autoriteit van hen vraagt.
  • Schaarste: wanneer iets schaars is, denken mensen dat het meer waard is

Maar hoe pas je Cialdini nu online toe?
De principes van Cialdini zijn erg krachtig, en worden heel goed beschreven in zijn boek. Alleen: alle voorbeelden die in het boek worden gegeven hebben betrekking op het overtuigen en verleiden van mens tot mens… En niet van bedrijf tot mens, laat staan van website tot mens…
Toch werken de principes van Cialdini wel degelijk online, mits je ze op de juiste manier toepast. Aan de hand van (veelal Nederlandse) praktijkvoorbeelden heb ik laten zien hoe je dat voor elkaar krijgt.
Toelichting op de screenshots
De presentatie bestaat grotendeels uit screenshots, dus niet alles zal even eenvoudig te begrijpen zijn als je er niet bij bent geweest afgelopen dinsdag. Op een aantal slides heb ik tekstwolkjes geplaatst met daarin linkjes naar artikelen op dit weblog waar je een toelichting kunt lezen. Daarnaast kun je op de website van Emerce zelf een uitgebreid verslag van mijn presentatie lezen.

Oeps… Amazon related products "gone wrong"?


Een screenshot zoals hierboven heb ik al eens eerder voorbij zien komen. Mensen die zochten naar een duct tape zijn mogelijk ook geinteresseerd in zwarte bivakmutsen en verdovingsmiddelen zoals Polypropylene. Oeps… :-).
Is dit screenshot een voorbeeld van een “sick mind”? (en dat die er dus blijkbaar zoveel van zijn dat het algoritme van Amazon zijn product-sortering er op aanpast?). Of hebben we hier te maken met een slimme photoshopper die zelfstandig dit soort screenshots in elkaar klust?
Ik denk zelf het laatste, want ik heb nog nooit een pagina kunnen vinden zoals hierboven… Niet bij honkbal-knuppels en ook niet bij duct tape.
Of zit ik er toch naast misschien? Iemand een linkje met een “live” voorbeeld van deze (of vergelijkbare) situatie?

De Wet van de Afnemende Interactiviteit

Interactiviteit is één van de succesfactoren van internet. Maar soms ontstaat er een rare paradox: wanneer er te veel interactiviteit komt gaan de waardevolle bijdrages verloren in het gebral van anderen. Dat gebral verziekt de sfeer dusdaning dat de waardevolle reacties op den duur helemaal uitblijven.
Er lijkt dus zoiets te bestaan als de Wet van de Afnemende Interactiviteit… Wat is die wet precies? En hoe ga je er mee om?
Geen dialoog? Mensen gaan ‘schreeuwen’
Gisteren schreef Erwin Blom een blogpost met als titel “Wie de reactiemogelijkheid aanzet, suggereert een gesprek“. Wanneer kranten, blogs en andere type websites met reactiemogelijkheid zelf niet reageren op de reacties die hun artikelen oproepen gaat het mis. Dan krijg je geen inhoudelijke reacties meer, maar gaan mensen “schreeuwen”:

Wat doen mensen die geen reactie krijgen op iets dat ze zeggen? Die gaan roepen. Wat doen mensen die dan nog niks horen? Die gaan schreeuwen. Dat zet de toon. En als een toon eenmaal is gezet, is ie moeilijk aan te passen.

Vaak wordt gedacht dat dit type reacties komt doordat ze anoniem zijn. Volgens Blom is die anonimiteit echter niet het probleem:

Het begin van het probleem ligt elders. Het probleem vangt aan op het moment dat je je publiek niet serieus neemt en het gesprek niet aangaat. Het gaat mis als je jezelf niet daar laat zien waar je je publiek een stem geeft. Wie dat niet doet, lost met het afschaffen van anonimiteit uiteindelijk niks op.

De kern van zijn betoog is dus dat je op internet als auteur/nieuwssite ook zèlf de dialoog moet aangaan met je lezers. Anders krijg je een hele nare sfeer op je website.
Van dialoog naar terug naar zenden
In 2005(!) schreef ik naar aanleiding van een artikeltje op Dutchcowboys op “het oude Adverto” over De Wet van de Afnemende Interactiviteit. Hoewel mijn artikel dus al 5 jaar oud is, sluit het nog steeds naadloos aan op de problematiek die Erwin Blom aanhaalt.
Daarom hier een herpost van van mijn artikel, beginnend met een citaat van Jeroen de Bakker:

(…) naar mate een log of een podcast succesvoller wordt en meer mensen trekt, komt de interactiviteit steeds meer in het gedrang. ‘1 to a few’ wordt ‘1 to too many’. Een dialoog is bijna niet meer mogelijk. Het wordt gewoon weer zenden… Hier ontstaat een nieuw fenomeen: de Wet van de Afnemende Interactiviteit.

Rare paradox
Met andere woorden, wanneer je weblog dagelijks door duizenden mensen wordt gelezen dreigt de dialoog verloren te gaan omdat je simpelweg niet met iedereen in gesprek kunt gaan. Je komt daardoor in een hele rare paradox aangezien interactiviteit nu juist dè succesfactor van weblogs is.

Drie stadia van Afnemende Interactiviteit
Naar mate een weblog meer bezoekers nemen de eigenschappen ervan (interactiviteit) steeds verder af. Ik denk dat de Wet van de Afnemende Interactiviteit drie stadia kent:

  1. Minder dan 1000 unieke bezoekers per dag: de auteur kan zelf in gesprek blijven met zijn lezers omdat het aantal reacties onder de geschreven artikelen beperkt blijft (de praktijk leert dat maar een paar procent van de bezoekers reacties onder artikelen plaatst). Voorbeelden van dit eerste stadium zijn WebdrainBrickmeetsbyte en ook Adverto zelf. (NB: voorbeelden uit 2005)
  2. Tussen de 1000 en 5000 unieke bezoekers per dag: de dialoog verplaatst zich van auteur-bezoeker naar bezoeker-bezoeker. Uiteraard blijft de auteur wel sterk betrokken bij de discussie en zal zelf ook de dialoog blijven op zoeken. Betrokkenheid van de auteur is echter geen voorwaarde voor interactiviteit meer (dit in tegenstelling tot het eerste stadium). Voorbeeld: Marketingfacts [Update 2010: zoals bij alle grote marketingblogs lijkt de echter interactiviteit bij MF tegenwoordig ver te zoeken. Is de conversatie die daar was verplaatst naar Twitter?]
  3. Meer dan 5000 unieke bezoekers per dag: een echte dialoog wordt vrijwel onmogelijk door het grote aantal reacties. Inhoudelijk zinvolle reacties gaan verloren door het gebral van anderen. Je kan je afvragen of je een weblog in dit stadium eigenlijk nog wel weblog mag noemen. Zoals Ton Zijlstra opmerkt: “(…) een groter deel van je lezers gaat je als een publicatie zien, en zoeken ook het gesprek met jou niet”. Met meer dan 5000 unieke bezoekers gaan de “weblog-eigenschappen” voor een deel verloren en ontstaat er een soort online magazine. Voorbeeld: Geenstijl

De basisgedachte van de Wet van de Afnemende Interactiviteit komt uit het tijdschrift Wired (Okt. 2004). Het oorspronkelijk artikel is echter nergens online terug te vinden voor zover wik weet. Daardoor heb ik het artikel zelf nooit kunnen lezen. Als iemand een linkje of scan van dit artikel heeft dan hoor ik het graag!
Conclusie
Erwin Blom betoogt dat je altijd de dialoog moet zoeken met je lezers. Los van de vraag of dat wel kan wanneer je enorme aantallen reacties krijgt, is het ook maar de vraag of het werkt. Jij kan de dialoog wel zoeken, maar niet iedere reageerder zit te wachten op die dialoog, die wil gewoon zijn (vierkante) mening kwijt en vindt het verder wel best.


Daarnaast denk ik dat het opheffen van anonimiteit wel degelijk een groot deel van het probleem oplost. Anoniem is het makkelijk schreeuwen. Wanneer jouw reactie gekoppeld zit aan je online identititeit (Linkedin/Twitter/Hyves/Facebook?) denk je volgens mij net even langer na voordat je een botte reactie plaatst.
Wanneer je als website te maken krijgt met de Wet van de Afnemende Interactiviteit zou ik er voor zorgen dat bezoekers niet meer anoniem kunnen reageren en bovendien die reacties die er komen ook streng modereren. Wanneer de reactie niets inhoudelijks bijdraagt en de boel alleen maar verstoort; gewoon deleten die hap! Misschien druist het in tegen de basisgedachte van internet waarbij iedereen een podium of stem krijgt, maar andere andere kant hoef je ook niet altijd te zwichten voor verbale relschoppers. Toch?

Emerce Conversion Event

Het Emerce Conversion Event gaat over het verhogen van online sales. 24 experts, 15 cases, 12 tracks, 1 dag: meer dan 200 eye-openers voor het verbeteren van online conversie.
Inclusief een door mij gepresenteerde sessie over online verleiden en overtuigen.

Programma
Emerce Conversion biedt een programma met verschillende tracks waarin alles over online conversie aan bod komt. Na de plenaire opening volgen expertsessies en cases. Emerce heeft 24 experts en cases  uitgezocht om op 20 april (komende dinsdag al!) hun “lessons learned” met je te delen. Onderwerpen die onder meer aan bod komen:

  • Inrichting van de salesfunnel, webdesign, teksten, psychologie en tactieken
  • Verschillen in doelgroepen en effectieve toepassingen
  • Van diverse kanalen zoals TV, radio en print naar traffic online
  • Meest effectieve inzet van email en CRM-systemen naar conversie
  • Van web naar offline en store traffic
  • Nieuwe kanalen zoals mobile en conversie
  • Online analyse, tools en het verbeteren van conversie
  • Online advertising en conversie: vanuit zoekmachines, affiliate advertising en lead based advertising
  • Pricing-tactieken, upsells en product offerings

Bekijk hier het hele programma en de lijst met sprekers.
Mijn sessie over online verleiden en overtuigen
Hoe verhoog je online conversie door gebruik te maken van psychologische verleidingstechnieken? Dat is het onderwerp van de presentatie die ik zelf zal geven op het Emerce Conversion Event.

Tijdens deze sessie zal ik ingaan op de vraag op “paradox of choice“; hoe meer keuze we hebben, hoe complexer het wordt om een beslissing te nemen. Welke mechanismes liggen daaraan ten grondslag en hoe kun je daar als marketeer op inspelen? Aan de hand van de principes van Cialdini laat ik tal van praktijkvoorbeelden zien van hoe websites bezoekers verleiden en overtuigen om klant te worden.
Je kunt je nu nog inschrijven.  Ik zeg: gewoon doen! 😉
Tot dinsdag!

Video: Neuro Webdesign, what makes them click?


Susan Weinschenk is auteur van het boek “Neuro Webdesign, what makes them click“. Ze heeft enkele dagen geleden een korte video op haar site gezet waarin ze de belangrijkste concepten van haar boek uiteen zet. Het gaat nergens echt de diepte in, maar als je haar boek nog niet hebt gelezen is bovenstaande videopresentatie zeker interessante materie om eens te bekijken.
Review “what makes them click”
Nog even een korte review van het boek door webanalytics guru Jim Sterne:

“What if you could understand how brain function makes your customers want things? Could you make your website more effective? This book shows you how to tap into your customers’ unconscious brain processes. Susan Weinschenk describes the steps you can take today to make your website work more effectively and more efficiently. The theories are proven, the explanations are crystal clear and the application to the Internet is fresh, exciting and offers a competitive advantage to those who are willing.”

Moraal van het verhaal: het boek is zeker de moeite waard :-).

Video

Let op: bovenstaande slideshare presentatie is dus niet alleen een verzameling slides, maar ook een video van 5 minuten. Je kunt natuurlijk alleen door de slides heen klikken, maar dan krijg je er niet veel van mee aangezien het maar 21 slides zijn zonder veel tekstuele uitleg.

Hoe de donorcampagne op Hyves de psychologische principes van Cialdini toepast

Sinds gisteren draait er een bijzondere campagne op Hyves. Hyvers kunnen in hun profiel aangeven of zij wel of geen orgaandonor zijn.
Ik weet niet of de bedenkers van de campagne het bewust hebben gedaan, maar in deze campagne worden twee van de zes beinvloedingsstrategieen van psycholoog Cialidini heel duidelijk toegepast. Lees hieronder hoe ze dat gedaan hebben.
Over de donorcampagne

Sinds gisteren hebben alle Hyvers de mogelijkheid om in hun profiel aan te geven of zij wel of geen orgaandonor zijn. Naast gegevens als naam, leeftijd, woonplaats en opleiding staat in het profiel van ruim 9,5 miljoen Hyvers voortaan ook ‘donor: ja’ of ‘donor: nee’.

Hyves heeft een gepersonificeerde gadget ontworpen rond de vraag: ‘Als je iemands leven kan redden, zou je dat dan doen: ja of nee?’ In de gadget zie je je eigen naam en foto terug, zodat de vraag extra persoonlijk overkomt. Via de gadget kun je je direct online als donor registreren.

Principes van Cialdini
Hoogleraar Psychologie en Marketing Robert Cialdini geldt als autoriteit als het gaat over het overtuigen en beïnvloeden van mensen. Van zijn boek “Invloed” werden wereldwijd meer dan twee miljoen exemplaren verkocht. Het boek bespreekt 6 wetenschappelijk bewezen beïnvloedingsstrategieen:

1. Wederkerigheid
2. Commitment en consistentie
3. Sociale bewijskracht
4. Sympathie
5. Autoriteit
6. Schaarste

Donorcampagne en Cialdini
Het mooie van de  donorcampagne is dat ze (bewust of onbewust) de twee van de zes principes van Cialdinie toepassen. In de campagne zie je zowel “commitment en consistentie” als “sociale bewijskracht” terugkomen:

  • Commitment en consistentie: als mensen eenmaal ja hebben gezegd op een klein verzoek, dan is de kans groot dat ze ook ja zeggen op een groter verzoek.
  • Sociale bewijskracht: mensen kijken naar wat andere mensen doen in een soortgelijke situatie (en kopieren vervolgens dat gedrag)

Hoe wordt Cialdini’s commitment en consistentie toegepast?

De donorcampagne past het commitment en consistentie principe toe door te beginnen met een klein verzoek: “Wil je de donor-gadget op je profiel zetten?”. Daarna komt een iets ‘grotere vraag’: “Ben je orgaandonor, ja of nee?” Wanneer je “nee” antwoordt komt uiteraard alsnog de belangrijkste en grootste vraag: “wil je donor worden, ja of nee?“.
Wel of niet donor worden is voor veel mensen een grote stap. In één keer de vraag stellen “wil je donor worden” (en hopen op een positief antwoord) is voor veel mensen een te grote stap. Ze zullen het verzoek afwijzen omdat mensen van nature dit soort moeilijke beslissingen niet gemakkelijk nemen. Wanneer het verzoek langzaam wordt opbouwd door middel van andere vragen is de kans op een positief antwoord veel groter. De donorcampagne past dit principe van commitment en consistentie dus volgens het boekje toe!
Hoe wordt sociale bewijskracht toegepast?
Wanneer je “ja” antwoordt op de vraag “Ben je orgaandonor, ja of nee” komt er toch nog een vervolgvraag. Dat je orgaandonor bent is niet genoeg: je moet ook aan je omgeving laten zien dat je orgaandonor bent. Daarom is de vervolgvraag: “wil je in je Hyves-profiel aangeven dat je donor bent, ja of nee?“.
De bedenkers van de campagne hopen natuurlijk dat veel mensen gaan aangeven dat zij orgaandonor zijn. Hoe meer mensen dat doen, hoe meer dat mensen die nog geen orgaandonor zijn het gedrag van hun vrienden en bekenden gaan kopieren. Sociale bewijskracht is immers een wetenschappelijk bewezen fenomeen. Bij een moeilijke belissing kijken we vooral naar wat andere (gelijkwaardige) mensen in onze omgeving doen en vervolgens kopieren we dat gedrag. En slimme truc van de bedenkers van de campagne om door middel van sociale bewijskracht het gedrag de niet-orgaandonoren te beinvloeden.
Conclusie
De  Nederlandse Transplantatie Stichting heeft met het partnership met Hyves een goede move gemaakt. In een klap kunnen ze op een uiterst kwalitatieve manier bijna 10 miljoen Nederlanders bereiken en aanzetten tot actie. Ze presenteren dit moeilijke onderwerp op een hele eerlijke en down-to-earth manier zonder al te veel creatieve poespas. Daarnaast zit de uitvoering ook nog eens goed in elkaar (mede dankzij de toepassing van de hierboven beschreven principes van Cialdini). Kortom: top-campagne!

Psychologische principes op een kaartje

De afgelopen weken heb ik een aantal interessante initiatieven voorbij zien komen die allemaal hetzelfde uitgangspunt hebben. Het zijn initiatieven die psychologische prinicpes kort en bondig beschrijven op een klein kaartje en daarbij ook nog suggesties doen over hoe je deze principes kunt toepassen op (web)design. Ik heb ze hieronder voor je op een rijtje gezet.
Metal Notes

Bedenker van Metal Notes is Stephen P. Anderson, zeker geen onbekende op het gebied van Persuasive Design en User Experience. Hij bedacht een set van ongeveer 50 kaarten met daarop psychologische principes die van pas komen bij het designen van effectieve, resultaatgerichte websites. Iedere kaart beschrijft één psychologisch principe en geeft je suggesties over hoe dat principe zou kunnen toepassen op je website.
De kaarten zijn nog niet te bestellen,  maar je kunt nu al wel een preview van 7 kaarten downloaden. Ze zijn erg mooi vormgegeven en de psychologische principes zijn kort, bondig maar vooral ook practisch beschreven. Aanrader!
Design with Intent toolkit

Onderzoeker Dan Lockdan bedacht de Design with Intent toolkit. Deze toolkit bestaat uit kaarten met daarop voorbeelden en vragen over hoe je het gedrag van bezoekers/gebruikers kunt beinvloeden door middel van design.
De toolkit van Dan Lockdan gaat een stuk verder dan alleen websites: de kaarten hebben ook betrekking op architectuur en fysieke producten. De kaarten zijn verdeeld in acht onderdelen en kunnen gebruikt worden als brainstorm-tool, referentiemiddel of om bestaande systemen te analyseren.
Dan Lockdan maakte een complete Wiki rondom zijn kaarten.  In de Wiki kun je meer lezen over de achtergrond van de Design with Intent toolkit en bovendien kun je daar de hele toolkit downloaden!
Voor online marketeers zijn de kaarten van Lockdan misschien iets te breed ingestoken, maar voor wie zich echt in de samenhang tussen design en gedrag wil verdiepen zijn is de Design with Intent toolkit zeker de moeite waard.
Gamedesign Lens Cards

Een derde set met kaarten over psychologie en het sturen van gedrag die ik tegenkwam is van Bill Scott, o.a. auteur van het boek “designing web interfaces“. Hij heeft zich verdiept in de wereld van gamedesign en de strategieen die daar worden toegepast om spelers betrokken te houden. Zoals Scott zelf zegt: “Lenses were originally created for game design but are just as powerful for user experience design.” De kaarten van Bill Scott zijn dus zeker ook interessant voor (web)designers en online marketeers.

Iedere kaart beschrijft een psychologisch principe met daaronder een aantal vragen die je jezelf (als designer of marketeer) moet stellen. De vragen zijn een middel om je te laten nadenken over hoe je het betreffende principe kunt toepassen op jouw specifieke situatie. Erg goed gedaan!