Posts Tagged: social media


20
May 10

Wanneer gaat Google ECHT iets doen met social media?

Ik vraag me al een tijdje af wanneer Google nu eindelijk ECHT iets gaat doen met social media.

Voor de duidelijkheid: ik heb het dan niet over het lanceren van een Twitter-kloon, of een imitatie van Facebook ). Nee, ik heb het over het simpelweg laten meewegen van de impact van social media in de rangschikking van hun zoekresultaten. Op dit moment hebben links/vermeldingen in social media namelijk geen enkele invloed op de rangschikking van de zoekresultaten.

Ik snap daar helemaal niks van.

Delen van interessante content
Via Twitter / Facebook en tal van andere sociale platformen delen mensen interessante content met elkaar. Dat gebeurt vaak op een hele simpele manier: door het uitwisselen van links. Twitter is daarbij het meest duidelijke voorbeeld: als je een ergens een interessant artikel hebt gelezen plaats je de kop van dat artikel, vergezeld van een link, op Twitter:

Social media als gids naar interessante content
Doordat mensen elkaar wijzen op interessante content krijgt Twitter voor veel mensen een soort gidsfunctie. Interessante artikelen/fimpjes/nieuwsberichten komen vanzelf bovendrijven door een paar voorlopers, specialisten of nieuwjunks de weg wijzen voor de massa.

Ik denk dat die gidsfunctie steeds belangrijker wordt. Vooral omdat links van vanuit je sociale netwerk vaak veel beter zijn afgestemd op jouw specifieke interesse dan de (meer algemene) zoekresultaten van Google. Erwin Blom concludeerde vorige week:

De menselijke gids wint het van de computergids. Die laatste moet het nog steeds stellen zonder de context die mensen elkaar wel leveren. Als iemand die ik ken en waardeer ergens op wijst is dat voor mij van grotere waarde dan wat Google me op basis van een rekenmodel voorschotelt.

(Bovenstaande conclusie stond trouwens in een artikel met de heerlijk provocerende kop: “Google, ik heb er weinig aan“).

Als je meer wilt weten over “social media als gids-fenomeen”, lees dan vooral ook het artikel “het derde oog” van Sander Duivestein op Frankwatching.

Het belang van links voor Google
Maar hoe bepaalt Google dan welke content interessant is en welke niet? Zonder helemaal in te willen gaan op het vakgebied zoekmachine optimalisatie, even een klein stukje over het belang van links:

Door naar de hoeveelheid links (en andere factoren) te kijken maakt Google gebruik van “mensen” om waardevolle content te ontdekken. De redenering is simpel: naar mate meer mensen naar een bepaalde pagina linken, is de kans groter dat die bepaalde pagina waardevolle content bevat (anders zouden mensen er geen link naar toe plaatsen). Als een pagina meer links ontvangt, zal deze daarom hogere posities innemen bij Google.

Social media en links
Sociale media zijn voor Google een prachtige bron om uit te vissen welke pagina’s de moeite waard zijn. Iedere dag worden er op Twitter honderdduizenden links geplaatst naar artikelen, filmpjes of websites die mensen de moeite waard vinden om te delen.

Naar bovenstaande analogie: wanneer je bepaalde pagina meer “getweet” wordt, zal deze interessantere content bevatten dan een pagina die minder vaak getweet wordt. En daarom is Twitter dus een prachtige bron voor Google om de relevantie van hun zoekresultaten te verbeteren.

Waarom doet Google hier niks mee?
Wat mij verbaast is dat Google helemaal niks doet met hetgeen ik hier boven beschrijf. Links vanaf Twitter (en de meeste andere sociale platformen) helpen op geen enkele manier mee aan het beter ranken van pagina’s in zoekmachines, terwijl links vanaf normale websites dat wel doen.

Ik kan me niet voorstellen dat er technische beperkingen zijn. Voor een bedrijf als Google is de dynamiek van Twitter volgens mij heel eenvoudig te doorgronden. Op basis van allerlei ratio’s kun je zo uitvogelen wie een spammer is en wie als echt mens deel uit maakt van een community (en op basis daarvan bepalen of links waardevol zijn of niet).

Heb jij het antwoord?
Als we er vanuit gaan dat het niet ligt aan technische beperkingen, wie heeft er dan een antwoord op de vraag waarom Google niks doet met links vanuit social media?


10
May 10

De ultieme vraag versus social media, what to do?

Zou je ons bedrijf aanbevelen aan familie, vrienden of collega’s? Een eenvoudige vraag waar het gedachtegoed van auteur Frederick Reichheld op gestoeld is.

Vanuit deze vraag kun je gemakkelijk een lijn trekken naar je (potentiële) succes in social media. Maar hoe hangt de vraag “zou je ons aanbevelen” dan precies samen met social media? En waar kun je je als marketeer nu het beste op richten?

De ultieme vraag
Vorige week schreef Ben Tiggelaar in zijn column in Intermediair over het boek “de ultieme vraag” van Frederick Reichheld. Het boek is al een paar jaar uit, maar nog steeds zeer actueel. Een quote van Tiggelaar om het principe van “de ultieme vraag” duidelijk te maken:

Je legt je klanten de vraag voor of zij bereid zijn jouw bedrijf aan te bevelen aan anderen. Het antwoord meet je op een schaal van 0 tot 10. Mensen die het heel waarschijnlijk achten dat ze je aanraden en een 9 of 10 scoren, zijn je ‘promoters’. Mensen die een 6 of lager scoren, noemt Reichheld ‘detractors’. Er tussenin zitten de ‘passives’. Dan ga je rekenen. Je trekt het percentage detractors (zeg 20 procent) af van het percentage promoters (zeg 30 procent). De uitkomst is je NPS (10 procent in dit geval), je Net Promoter Score.

Het interessante aan het gedachtegoed van Reicheld is dat je niet op zoek gaat naar een getal om je overall klanttevredenheid te meten, maar dat je op zoek gaat naar hoeveel mensen bereid zijn om jouw bedrijf aan te bevelen (je promotors). Dat is veel interessanter dan het klanttrevenheidscijfers (wat immers altijd alleen een “grijs gemiddelde” zal aangeven”).

Lees hier mee over “de ultieme vraag” en de “net promotor score”.

Social media feedback cycle
Bovenstaande principes zijn ook erg relevant als je wil kijken naar hoe waarschijnlijk het is dat mensen over je praten via social media. Daarom is het interessant om nog eens te kijken naar de “social media feedback cycle“:

socialfeedbackcycle2

Hoe meer mensen een positieve ervaring hebben met jouw product en hun mening daarover gaan delen met anderen, hoe meer invloed dat heeft op het aankoopproces van potentiële nieuwe klanten. Omdat steeds meer mensen zich online orienteren voordat ze een (grote) aankoop doen, zal de mate waarin er (online) positief over je gesproken wordt meer en meer bepalen hoe succesvol je als bedrijf bent.

De toegenomen invloed van de “promotors”
Voorheen was de invloed van de “promotors” (zoals gedefinieerd in het boek “de ultieme vraag”) relatief beperkt. Voor de opkomst van internet / social media ging het bereik van de promotors niet verder dan hun eigen vrienden- en kenissenkring. Tegenwoordig ligt dat anders. Via internet (social media) kunnen die promotors ook wildvreemden bereiken. Dankzij dit vergrote bereik neemt de invloed van de promotors exponentieel toe… Want dankzij social media verspreidt de mening van de promotors zich gemakkelijker dan ooit…

Je kunt het faciliteren, maar kun je het ook sturen?
Dat die mening zich tegenwoordig gemakkelijker dan ooit verspreid wordt is sowieso al een ontwikkeling om eens goed bij stil te staan. Maar je moet jezelf vooral de vraag te stellen: “hoe ga ik hier invloed op uitoefenen?”. Kun je er uberhaupt invloed op uitoefenen? Want dat blijft wat mij betreft toch altijd de crux bij bedrijven die zelf actief willen zijn met social media. Je kunt het faciliteren, maar kun je het ook sturen?

Actief met social media? Of actief met “de ultieme vraag”?
En als je social media niet kunt sturen, moet je er dan actief mee bezig zijn (behalve een beetje webcare om klantenservice-brandjes te blussen)? Of moet je het het gewoon laten gebeuren en je focus leggen op andere dingen? Iets heel ouderwets als kwaliteit en onderscheidend vermogen bijvoorbeeld? Dat lijkt mij persoonlijk namelijk meer van invloed op creëeren van meer promotors dan een actief social media beleid.

Of zit ik er dan helemaal naast?


23
Dec 09

Voeg een spelelement toe aan je website design

Nee, ik pleit er niet voor om je corporate website vol te zetten met online games, maar het kan wel helpen om “spelelementen” toe te voegen aan je website. Websitebezoekers zijn namelijk net mensen. Ze raken gemotiveerd als ze ergens mee kunnen “scoren”. Ik las er gisteren over in het een column in het FD van Robert Gaal:

Verzin ergens een spelletje omheen, en het effect is meer participatie, voldoening en uiteindelijk resultaat. Denk bijvoorbeeld aan de lijst met hoogste scores zoals je die vroeger zag in een arcademachine. Die motiveerde je om nogmaals een euro in de gleuf te werpen en jouw drieletterige afkorting op dat schermpje te krijgen.

Vandaag de dag doen verschillende bedrijven dat nog steeds, bijvoorbeeld eBay. Die motiveert verkopers om hun veilingen goed af te ronden door ze te belonen met een aantal sterren naast hun naam. Meer sterren staan voor een meer betrouwbare koper, en sporen andere verkopers aan om zich te gedragen. Elke keer als je naam wordt genoemd op Hyves laat het ernaast zien hoeveel vrienden je hebt. Je profiel op LinkedIn geeft in procenten aan hoe compleet hij is. Kijk gewoon eens welke goede sites u bezoekt en u zult zien dat ze allemaal wel een spelelement in zich hebben.

Social influence
Ik word altijd een beetje moe van al het social media incrowd geneuzel, maar het is onmiskenbaar dat websites steeds meer sociale elementen gaan inbouwen. Die sociale elementen zijn namelijk de krachtigste drivers voor activer gedrag omdat mensen zich graag afmeten aan anderen.  Het toevoegen van (sociale) elementen kan de effectiviteit van je website enorm verbeteren.

Goed boek
Op dit moment ben ik een erg interessant boek over dit onderwerp aan het lezen: “Designing for the Social Web“, van Joshua Porter. Bekijk één van zijn presentaties op Slideshare om een indruk te krijgen van waar het boek over gaat. Aanrader!


15
Dec 09

Groter dan Twitter: FarmVille

Vergeet Twitter… met 25 miljoen gebruikers stelt en het ontbreken van enige vorm van een businessmodel stelt het op dit moment niks voor. Enter “FarmVille“, een simpel online spelletje binnen Facebook, met dezelfde sociale componenten als Twitter.

FarmVille is businesswise echter een heel ander verhaal dan Twitter: het heeft veel meer gebruikers en wèl een serieus businessmodel. Het businessmodel van FarmVille is gebaseerd op “virtuele goederen”:

On any given day 500,000 tractors are sold on the Internet. But don’t start buying stock in John Deere or Caterpillar just yet. These are $20 “virtual” tractors that belong to the 50 million players of FarmVille, the largest and fastest-growing social game on the Internet. (bron: CNN)

Virtuele goederen
Laat het bovenstaande even tot je door dringen…. er worden PER DAG 500.000 virtuele tractors à $20,- verkocht op FarmVille. Ik schreef eerder al een artikel met de titel “Verkoop van virtuele goederen, da’s pas online business“, maar toen had ik nog niet het idee dat het zo groot zou kunnen worden….

Achtergrond FarmVille
Lees meer over de achtergrond van  FarmVille in het Volkskrant-artikel “Verslaafd aan de online boerderij“. Volgens de Volkskrant heeft FarmVille inmiddels trouwens al 64 miljoen gebruikers in plaats van de 50 miljoen waar CNN het over heeft.

Wat is dit?
Zijn we met met z’n allen een beetje gek geworden? Of is dit gewoon in de plaats gekomen van pre-historische activiteiten als Risk en Monopoly en moeten we daar verder niet te lang bij stil staan?


11
Dec 09

It's the process, stupid!

Mooie post van Seth Godin gisteren: “The reason social media is so difficult for most organizations“:

*Social media is a process, not an event.*

Dating is a process. So is losing weight, being a public company and building a brand.

On the other hand, putting up a trade show booth is an event. So are going public and having surgery.

Events are easier to manage, pay for and get excited about. Processes build results for the long haul.

Vervang social media door zoekmachine marketing en je hebt precies hetzelfde verhaal. Eigenlijk zijn alle vormen van duurzaam online marketing bedrijven processen in plaats van projecten. Zie daarom ook mijn post van 24 september: “Waarom online marketing zoveel lijkt op dieëten“.

It’s the process, stupid!

Waarom online marketing zoveel lijkt op dieëten

25
Nov 09

Social media feedback cycle & de afnemende invloed van de marketeer

Via een post op het weblog van Martin Kloos werd ik gisteren gewezen op de “social media feedback cycle“:

socialfeedbackcycle2

In dit model worden de fases van het klassieke AIDA(S) model vereenvoudigd tot:

  • Awareness
  • Consideration
  • Purchase

Tot zover niks nieuws ten opzichte van het AIDA(S) model dus. Het interessante zit ‘em in het stuk na Purchase, dan wordt het model namelijk doorgetrokken naar:

  • Use
  • Form opinion
  • Talk

Daarnaast wordt de invloed van Talk  op Consideration duidelijk gemaakt door terugverwijzende pijlen.

Invloed van Social Media
In principe is er niks nieuws aan het model. Mensen gebruiken immers al tientallen jaren producten , vormen daarover een mening  en praten er over met anderen. Wat het interessant maakt is dat we dat “praten over” nog niet eerder zo massaal online deden. Dat maakt dat we niet alleen mensen bereiken uit onze eigen vrienden- en kenissenkring maar ook wildvreemden die toevallig overwegen hetzelfde product te kopen. De invloed van de marketeer neemt daardoor sterk af. Martin Kloos:

De clue van dit model (…)  is dat organisaties traditioneel erg veel moeite hebben om in de besluitvormingsfase voldoende zichtbaar te zijn en klanten positief te beïnvloeden. Organisaties zijn goed in het creeëren van awareness (eyeballs, adverteren etc etc) en het verzorgen van een goede koopbeleving. Maar wanneer klanten zich op meerdere producten of diensten van meerdere organisaties oriënteren zijn bedrijven zelf maar mondjesmaat in staat om daar op in te springen.

Kwaliteit & (online) conversatie worden steeds belangrijker
De kwaliteit van het product en de mate waarin er gepraat wordt over je product zal in steeds sterkere mate gaan bepalen hoe succesvol je bent. Hoe meer er online over je product (of dienst) wordt gepraat via Social Media hoe meer mensen elkaar bereiken. Als die gesprekken positief zijn heb je daar als marketeer enorm veel baat bij.

Grote vraag is altijd alleen: hoe ga je dat sturen? Hoe vergroot je als marketeer je invloed in tijd dat adverteren steeds minder effect lijkt te hebben? De oplossing is even simpel als banaal:

  • Verhoog je productkwaliteit en onderscheid je nog beter van de concurrentie. Zorg er voor dat je product zo de moeite waard is dat mensen er over gaan praten.
  • Stimuleer de online conversatie over je producten op alle mogelijke manieren (faciliteren van gesprekken & actief vragen om online reviews etc.).

Makkelijk gezegd, maar moeilijk in de uitvoer blijkbaar. Het is lastig (eng ook) om actief aan consumenten te vragen wat ze van je producten vinden en die meningen ongecensureerd online te zetten. Er zijn nog weinig bedrijven die daar op een succesvolle manier mee omgaan. Maar ik ben er van overtuigd dat dat slechts is een kwestie van tijd is!


17
Sep 09

Presentatie Social Media ROI

Een bullshitvrije presentatie over Social Media ROI, en ook nog eens eentje met een erg mooi design. Die wilde ik jullie niet onthouden:

Zelf zegt Olivier Blanchard (de maker van het document) het volgende over wat je in de presentatie kunt verwachten: 

The business definition of R.O.I., the case for business justification of social media, the actual R.O.I. equation, a step-by-step method for creating a Social Media R.O.I. proof of concept, and real world no-nonsense advice. 

Nog los van de inhoud, ik vind ook vooral de vorm waarin de presentatie is gegoten geweldig. De plaatjes zijn afkomstig van een Britse science fiction televisieserie uit de jaren zeventig. Die beelden in combinatie met de tekstballonetjes geven een erg mooi effect, en daardoor klikt het ook lekker weg.

Enjoy!


15
Sep 09

Verkoop van virtuele goederen, da's pas online business

Op dit weblog schrijf ik veel over online businessmodellen. In veel gevallen is zo’n online businessmodel helemaal niet zo ‘online’ als het lijkt. Veel vaker is het een door vertaling van een al bestaand model, waarbij online gebruikt wordt als extra distributiekanaal. Neem een bedrijf als Wehkamp. Ze doen het online hardstikke goed, maar gebruiken eigenlijk een businessmodel wat al heel lang bestaat (postorder). Internet heeft er alleen voor gezorgd dat ze een extra distributiekanaal kregen, maar verder is het niet echt een 100% online businessmodel.

Vituele goederen
Het wordt anders wanneer je online iets bedrijfsmatig doet wat je offline nooit zou kunnen. Dan heb je dus wel een 100% online businessmodel. Een voorbeeld van zoiets is het verkopen van “virtuele goederen”. In de westerse wereld is het nog niet heel groot, maar in Azie is het echt big business. Binnen sociale netwerken of massive rollplaying games (zoals World of Warcraft) wordt voor miljoenen euro’s aan virtuele producten gekocht. Hierbij moet je denken aan ding die varieren van virtuele bloemen en huisdieren tot munten, zwaarden en nieuwe kleding voor virtuele personages.  

Big business
Het mooie aan het businessmodel van virtuele goederen is het geen verschil maakt of je van een product één exemplaar verkoopt, of 100.000 (er zijn immers geen productiekosten na het eerste exemplaar). Dat maakt het als businessmodel superinteressant. Voor de gebruiker zijn de kosten per product laag, maar voor de bedrijven zijn de marges super hoog. En in Azie worden er enorme omzetten mee behaald, aldus Reuters:

From virtual clothes to e-pets, Asians spend an estimated $5 billion a year on virtual purchases via websites such as Qzone, Cyworld in South Korea and mobile-phone based network Gree in Japan

Beter businessmodel dan advertenties
Voor sociale netwerken is de verkoop van virtuele goederen een beter businessmodel dan de verkoop van advertenties. Hyped: “Grote Aziatische sociale netwerken zoals Qzone en Cyworld zijn voor hun omzet grotendeels afhankelijk van virtueel geld. Van de 1 miljard omzet die Qzone vorig jaar boekte, kwam slechts 13 procent uit advertenties op de site. Verreweg het grootste deel kwam uit de verkoop van virtueel geld voor echte dollars.”Vooral games geschikt voor verkoop virtuele goederen
Qzone en Cyworld doen het als sociale netwerken dus erg goed met de verkoop van virtuele goederen. Daarbij moet wel even worden aangetekend dat deze sites ontzagwekkend groot zijn. Qzone is bijna net zo groot als Facebook, dus logisch dat je dan aardig wat omzet kan scoren met virtual goods (wet van de grote getallen). Om succesvol te worden met de verkoop van virtuele goederen, ook wanneer je niet zo’n grote userbase hebt, moet je goed kijken naar de onderliggende mechanismen. Waarom kopen mensen die dingen nu eigenlijk?

 

Op basis van deze presentatie denk ik dat het uiteindelijk toch vooral de online games zijn die het echt serieus als businessmodel kunnen gebruiken. Later meer hier over!


6
Jul 09

De bullshit factor van social media

Met het artikel ”How Twitter will change the way we live” in Time Magazine werd het voor mij officieel: “social media is een hype”. Bij alle hypes heb je te maken met enorme volkstammen van elkaar napratende meelopers die menen dat nu alles anders gaat worden (tot de volgende hype zich aandient natuurlijk). Om de balans er in te houden is het goed om af en toe een kritisch tegengeluid te laten horen.

Dat kritische tegengeluid las ik een paar dagen geleden in een goed artikel van spreker/auteur Scott Berkun. Hij maakte een lijstje van 8 punten die je goed in je achterhoofd moet houden wanneer het gaat over social media. Hieronder een samenvatting:

  1. We have always had social networks - Call them families, tribes, clubs, cliques or even towns, cities and nations.  You could call throwing a party or telling stories by a fire “social media tools”.
  2. There has always been word of mouth, back-channel, “authentic” media tools – gossip, poems, paintings or pamphlets, there is a long history of individuals taking action to express opinions through non-official channels.
  3. The new media does not necessarily destroy the old - Anyone who claims social media will eliminate standard PR or mass media is engaging in hype, as odds are better those things will change and learn, but never die.
  4. Social media consultants writing about social media have inherent biases – Wij van WC eend adviseren WC eend. Duidelijk toch?
  5. Signal to Noise is always the problem.If you are interested in quality, and not volume, than the size of your network matters less than the value of what’s in it.
  6. All technologies cut both ways and social media will be no different – I suspect digital tools for social media may have the negative effect of making authentic communication harder, not easier to find, as more people, and corporations, hover right on the gray dividing line between authentic and corporate, or selfish and generous.
  7. Be suspicious of technologies claimed to change the world – The problem with the world is rarely the lack of technologies, the problem is us. Every technological revolution must contend with the fact that we bring our stupidity, selfishness and arrogance along for the ride.
  8. Always ask “What problem am I trying to solve?” - The smartest thing to do with something new is to ask what is it you need it to do for you. Recognize  good marketing will not make up for bad products or incompetent services.

Social media bashing?
Of ik vind dat social media allemaal maar bullshit is? Nee, helemaal niet! De snelheid & gemak waarmee nieuws, goede ideeën of intelligente betogen zich kunnen verspreiden zijn groter dan ooit. Dat is mooi. Mijn enige punt is dat het vaak over het hoofd wordt gezien is dat social media niet meer is dan een middel. Zonder de ‘brandstof’, het nieuws, goede ideeën etc. blijft social media niet meer een lege huls. Volgens mij focussen we nu iets te veel op de huls, en te weinig op de inhoud. Desalniettemin is het volwassen worden van social media (en de manier hoe we daar mee omgaan) een interessante ontwikkeling.

Het is een kwestie van tijd voordat we de hype doorprikken… en dan wordt het pas écht interessant. Over een jaar vanaf nu kunnen we zeggen waar we in juli 2009 met social media op Gartner’s Hype Cycle of New Technologies

gartner_hype_socialmedia


22
Jun 09

Revolutie via social media? We notice what we choose to notice

Seth Godin (altijd goed voor dagelijkse inspiratie) schreef vandaag een kort stukje met de titel “Spotto!”:

Justine plays a game that involves finding yellow cars on the road and shouting the appropriate term as you see them. What you discover after just a few minutes is just how many yellow cars there are. A lot. We notice what we choose to notice. 

Zo werkt het natuurlijk met alle dingen. Ik heb het idee die vlieger nu helemaal opgaat voor alles op het gebied van social media. Dell haalt 3 miljoen omzet uit z’n Twitteraccount, en hop je leest erover op alle marketingweblogs. De relativering dat het gaat om minder dan 0,0025 (!) procent van Dell’s totaalomzet wordt door slechts weinigen opgemerkt. We notice what we choose to notice.

Ook zo’n fenomeen wat betreft social media is de onrust in Iran, en de manier waarover daar verslag van wordt gedaan. De normale journalistiek wordt het werken in Iran onmogelijk gemaakt. Daardoor zijn de CNN’s van deze wereld in belangrijke mate afhankelijk van nieuws wat de mensen in Iran zelf doorgeven.  Facebook & Twitter blijken daarbij de “channels of choice”. Dutchcowgirls schrijft over het gebruik van deze social media tools: “Een ingrijpende mediaontwikkeling, vergelijkbaar met de impact van de eerste videobeelden vanuit Vietnam in de jaren 70″. Misschien is dat ook wel zo. Maar misschien wordt je ook wel beinvloed door de mate dat je zelf van social media gebruik maakt.

Actieve Twitteraars kunnen niet om de situatie in Iran heen. Van groene avatars tot de constante stroom van “retweets” met belangrijke nieuwsfeiten. Daardoor lijkt het alsof social media inderdaad de grote katalysator zijn voor de situatie in Iran. Maar voor de 95% van de mensen die niks of weinig met social media hebben is de nieuwsvoorziening gewoon business as usual (krant, radio, tv). Social media hebben grote impact op de situatie in Iran? Ik weet het niet. Wat ik wel weet:

We notice what we choose to notice.